Droomwerk sessie 1

Droomwerk sessie 1

De boodschap van de tijger

De ontmoeting met dieren in dromen en visioenen, in het bijzonder de ontmoeting met krachtige dieren als tijgers, beren en leeuwen, is een sjamanistisch droomthema bij uitstek. Bovendien komt in deze droom nog een ander sjamanistisch droomthema voor, namelijk een confrontatie met de (bijna-) dood. Toekomstige sjamanen in vele culturen gaan eerst door een al dan niet symbolische ‘Donkere nacht van de ziel,’ een symbolische dood, in geest of in lichaam, bijvoorbeeld in de vorm van ernstige depressies, ziektes of bijna-doodervaringen, waarin de grens tussen de werelden verscheurd wordt en de persoon geroepen wordt tot een leven waarin het transpersoonlijke zijn plaats kan innemen. Als genezer, kunstenaar, geïnspireerd hoe dan ook, om een wandelaar te zijn door de twee werelden (de fysieke en de geestelijke) en deze nader in contact met elkaar te brengen. Wanneer er in dromen sprake is van een van deze thema’s kan de vraag opdoemen of er sprake is van een sjamanistische ervaring. Voor mij is de dromer zelf de enige die deze vraag met enige zekerheid kan beantwoorden.

Een dromer heeft een droom, of nachtmerrie, met een wel heel aanwezig tijgerpersonage, waar ze graag meer inzicht in wil krijgen.
Dit is de droom van de dromer, zoals zij hem had opgeschreven:

In de vingers gebeten

Ik lig in bed op mijn rug om te gaan slapen. Poepie ligt tegen me aan. Mijn gordijnen, vitrage en zelfs mijn ramen staan open links naast me. Ik kijk naar buiten en voel me vredig. Het is donker buiten maar de straatverlichting doet zijn werk. Er is niemand op de straat. Ik geniet.

Dan zie ik aan de overkant van de straat een tijger ergens van af springen. Ook al heeft hij geen strepen – en is hij zandkleurig – het is een tijger. Ik doe snel mijn ramen dicht en ga weer liggen. Ik zit (of lig) in gedachten. Dan bedenk ik me dat Poepie die tijger zou moeten zien en in wat op een seconde lijkt:
pak ik Poepie om naar buiten te kijken waar hij van schrikt (mijn beweging); ik denk aan de boven raampjes die nog open staan; ik zie de tijger zo door één van die raampjes naar binnen springen; Poepie rent weg (van de schrik van mij) en schuil ik onder het dekbed want er is geen tijd om mijn kamer uit te rennen en de deur achter mij dicht te doen.
De grote kat heeft het nog niet door blijkbaar en gaat boven op mij liggen.

Hij is zwaar. Ik voel zijn dikke zware staart een beetje op en neer gaan bij mijn gezicht. Ik ben vreselijk bang en ik ben ook kwaad op mezelf dat ik niet de bovenraampjes heb dichtgedaan. Hoe kan ik nou hulp krijgen? Hij is natuurlijk ontsnapt uit een dierentuin of circus en ze zullen langs komen in hun zoektocht maar ze zullen er niet bij stil staan dat hij hier naar binnen is gegaan. Ik heb niet mijn mobieltje bij me en als ik een SOS ga kloppen op de muur dan merkt de tijger dat natuurlijk meteen. En Poepie dan? Ik kan me stil houden maar Poepie?

Ik hoor Poepie nu blazen en uit beschermend instinct probeer ik toch omhoog te komen. De tijger had al een fractie aanstalten gedaan om Poepie te pakken te nemen maar zijn aandacht was nu natuurlijk totaal op mij gericht. Ik kon mij zijn grote scherpe klauwen al inbeelden en met beide armen scherm ik mijn gezicht af. Hoe zal hij me aftakelen! Maar niet mijn gezicht! Niet mijn gezicht! (dacht ik wanhopig).

Even verroerden we ons geen van drieën….

Misschien als ik me heel langzaam beweeg en mij rustig houd dat hij me dan niet als een bedreiging ervaart… ik wil toch Poepie te kunnen beschermen. Ik strek mijn armen heel langzaam, weg van hem. Zo langzaam mogelijk…

…maar dan zet hij zijn grote sterke gebit in mijn vingers (beide handen) en bijt hard door. Door de intense pijn begin ik te kokhalzen.

Zo werd ik wakker kokhalzend en kijkend met grote ogen, is het echt niet echt??? Nee, ik lig nog steeds op mijn rug, Poepie ligt tegen me aan, de gordijnen zijn dicht, de ramen ook, en de tijger is weg….

Allereerst onderzoeken we de droomomgeving in het eerste ‘bedrijf’. De dromer vertelt me, dat de slaapkamer de ruimte in huis is waar ze zich het meest thuis voelt, waar ze zich zichzelf kan voelen, lekker veilig…ze geniet ervan. Vreemd is wel dat ze normaal gesproken al haar ramen ’s nachts gesloten houdt. Dat is normaal waar ze vandaan komt. Het zou niet in haar opkomen ’s nachts de ramen open te laten, al is het maar vanwege de straatgeluiden die dan binnen zouden komen. Opvallend is dus dat ze iets doet in deze droom wat ze zich normaal niet in het hoofd zou halen.

Verder was er het personage ‘Poepie’. Wie en wat is Poepie? Poepie is haar eigen, tamme huiskat, hij is ‘m’n ‘baby’…een mini-tijger, ja. Een schatje’. Een grote tegenstelling met de wilde tijger.

‘Ik kijk naar buiten en voel me vredig. Het is donker buiten maar de straatverlichting doet zijn werk. Er is niemand op de straat. Ik geniet…’
Alles leek veilig, rustig, de kust was veilig, niks aan de hand, zoals normaal. Toch? Zelfs de straatverlichting doet z’n best. ‘De dromer bevindt zich veilig in haar ‘comfort zone’…maar ze heeft een ingang open gelaten voor het onbewuste’, bedenk ik achteraf.

‘Ha,’ zegt de tijger, in het lichaam van m’n droomcliënt, ‘interessant! Ik heb wel zin om naar binnen te gaan. Ze houdt me echt niet buiten…ik bèn al binnen!’

De dromer ziet aan de overkant van de straat de tijger voor het eerst.
Ik vraag naar haar eerste indrukken van de tijger. Wat gaat er door haar heen als ze hem ziet?
‘Mijn eerste gevoel en gedachte is: verassing! “Goh, een tijger.” Wat bijzonder. Ik ben onder de indruk.’

Wat haar het meest opvalt aan de tijger is zijn macht, zijn gratie en flexibiliteit. Ze is onder de indruk van de tijger…hij doet haar ook aan seksualiteit denken, en aan de mannen waar ze nogal eens op valt. Krachtige, compromisloze, ‘Schorpioenachtige’ types. Zò aantrekkelijk.

We praten even over het feit dat we ons als mensen nogal eens heftig aangetrokken voelen tot mensen die iets lijken te vertegenwoordigen wat we latent, slapend, eigenlijk zelf in ons hebben.
‘Natuurlijk heb ik zelf ook een machtige, gracieuze, gevaarlijke tijgerkant!’ zegt mijn droomcliënt met gevoel.

De tijger kijkt naar haar raam en is nieuwsgierig. Hij wandelt op z’n gemak naar haar huis…

Als ze de tijger gezien heeft, doet ze snel haar ramen dicht en gaat weer liggen.

Maar de tijger laat zich door de gesloten benedenramen echt niet intimideren…hij laat zich door gesloten ramen niet tegenhouden, hij kan zo door een bovenraam springen..hij springt!

Dan wil ze haar huiskat, de mini-tijger, in contact brengen met de grote tijger, en in een fractie van een seconde is het gebeurd: de tijger is binnen, en ligt bovenop haar, op het bed.
Ze verstopt zich onder het dekbed…

Een aparte strategie, merk ik op. Als jij hem ziet dan ziet hij jou niet? Wat doe je in de droom?
‘Ik heb zo’n strategie van: Als ik me heel rustig houd en hem laat zien dat ik geen bedreiging ben, dan laat hij me wel met rust.’ Ik vraag haar of ze deze strategie herkent uit haar dagelijks leven. Ja, zo gaat ze om met de tijger-achtige mannen in haar leven…We zitten al met de droom te werken in de groeiende overtuiging dat hij vooral te maken heeft met haar relaties met ‘gevaarlijke’ mannen. Maar de tijger heeft z’n zegje nog niet gedaan…
Terug in de droom kijkt ze naar het gezicht van de tijger, op armslente afstand. Wat houdt ze met deze ‘tijger’ eigenlijk ‘op een armslengte’ (at arms’ length) afstand?

De tijger kijkt streng. Ze zou hem eigenlijk wel willen aaien, z’n prachtige zachte vacht aan willen raken, maar ze durft niet. Bang voor datgene wat ze het liefst zou willen aanraken.
De tijger, ondertussen, kijkt met de afstandelijke arrogantie die grote roofdieren eigen is naar de mensenvrouw in het bed. ‘Wat vindt hij eigenlijk van haar?’ ‘Een makkelijke prooi’, zegt de tijger koel.
Ze vraagt zich af hoe ze nu hulp moet krijgen. ‘Ze zullen langs komen in hun zoektocht maar ze zullen er niet bij stil staan dat de tijger bij mij thuis naar binnen is gegaan. Ik heb niet mijn mobieltje bij me en als ik een SOS ga kloppen op de muur dan merkt de tijger dat natuurlijk meteen.’ ‘Expressie via mijn handen,’ vertelt de dromer later. Die kan ze kennelijk niet gebruiken om hulp te vragen.

Ik vraag: wat is het wat er gebeurt in je leven wat mensen aan de buitenkant niet kunnen zien?
De dromer antwoordt dat ze al langere tijd lijdt aan depressies, hoewel ze aan de buitenkant een vrolijk en energieke indruk maakt.
We praten over het feit dat depressies te maken kunnen hebben met geblokkeerde energie. Is de tijger soms een manifestatie van een deel van haar zelf, dat naar buiten wil komen maar waar ze bang voor is en wat ze tegen houdt? ‘Heb je soms een gekooide tijger binnen in je rondlopen?’ vraag ik haar. De droomster reageert emotioneel en gaat snel een sigaret opsteken.

Hoe zal hij me aftakelen! Maar niet mijn gezicht! Niet mijn gezicht! (dacht ik wanhopig).
Waarvan ben je zo bang dat het je je gezicht zal kosten?’

Het blijkt dat de dromer eigenlijk heel creatief is, schildert en schrijft, maar dat ze haar creativiteit niet vrij durft te laten stromen. Bang dat het ‘niet goed genoeg’ is, bang haar gezicht te verliezen als ze ervoor gaat.
In de droom schermt de dromer angstig haar gezicht af. Maar ze weet: de tijger zal z’n klauwen niet gebruiken, maar z’n tanden…’ Wat is het verschil tussen tanden en klauwen? Met tanden bìjt je…
‘…dan zet hij zijn grote sterke gebit in mijn vingers (beide handen) en bijt hard door. Door de intense pijn begin ik te kokhalzen.’
’Het is waarschijnlijk niet voor niks dat je de tijger droomt dat hij in je vingers bijt en niet ergens anders…’ zeg ik. ‘Wat zijn je vingers, waar gebruik je ze voor?’ ‘Vingers heb ik nodig om naar buiten te brengen wat in me is, om me uit te drukken…voor schilderen, schrijven, creativiteit…’ ‘Wat zou de tijger kunnen zeggen met deze actie?’vraag ik. ‘Bijt ’s door!!’ is het spontane antwoord van de tijger in haar.
’En wat is kokhalzen? Het is een erg opvallende reactie op pijn, niet wat je normaal gesproken zou verwachten…’ ’Wat er in me opkomt is overgeven, overgave…’

De angst haar gezicht te verliezen en het feit dat de tijger in haar vingers bijt en nergens anders, lijkt de sleutel tot de link tussen de droom en haar leven. De tijger bijt in haar vermogen zichzelf creatief uit te drukken. Ze durft zich in haar dag-leven niet volledig over te geven aan haar creatieve kant. ‘Wat zal de wereld wel niet denken?’ Waar is ze bang voor? Haar gezicht te verliezen, haar respectabiliteit. Net als bij de tijger. Omdat haar werk niet goed genoeg zou zijn. Niet professioneel genoeg. Ondertussen wordt ze letterlijk opgegeten door haar innerlijke tijger-geest, die van haar vraagt dat ze zich over geeft…

Later bedenk ik me: doordat ze Poepie, de tamme, versie van de tijger, haar getemde, ingeperkte, huiselijk gemaakte creativiteit, de tijger wil laten zien, nodigt ze hem paradoxaal genoeg uit om binnen te komen. In haar leeft het verlangen contact te maken met de rauwe expressie van de tijger in haar. En als ze Poepie probeert te redden, komt het ‘conflict’ met de tijger tot een hoogtepunt en is ze bang haar gezicht te verliezen. Tja, geen wonder: de creatieve tijger is compromisloos en wil doorbijten, geen tamme huiskat worden!

Ik vraag de tijger: ‘Wat heb jij met de dromer te maken, welke relatie is er tussen jullie?’ De tijger wil geen verwantschap toegeven. ‘Ik ben een tijger, zij is een mens, een makkelijke prooi’. ‘Vreemd, want ze heeft je wel gedroomd…’ merk ik op. De dromer kan intussen wel voelen dat de tijger een deel van haarzelf is…Er moet kennelijk nog wel wat gebeuren in de relatie mens-tijger in haar voordat ze elkaar kunnen erkennen en een plek geven, bedenk ik.

’Waar voel je de creatieve kracht van de tijger in je lijf?’ vraag ik. ‘In m’n borststreek en m’n keel.’
Dit zijn de plekken die ze, zo vertelt ze, zo krachtig had geschilderd in het portret van Lucy Liu wat ze heeft gemaakt. Lucy Liu is een zeer sensuele en krachtige vrouw in de beleving van de dromer, en het schilderij had ze de avond voordat ze de tijgerdroom had nog aandachtig bestudeerd.

Lucy heeft wel iets van een tijger…